In het kader van het 50-jarig bestaan van Kunstuitleen Rotterdam geven we een kijkje achter de schermen. Dit keer praten we bij met Pauline Marchand. Zij is al meer dan 30 jaar zelfstandig restaurator van schilderijen. Pauline werkt veel in opdracht van musea, kastelen en historische panden en buitenhuizen. Maar ook voor Kunstuitleen Rotterdam is ze een van de vaste restauratoren.
Tekst: Fay van der Wall
Fotografie: Suzan Geldhoff
Wat is de kern van jouw taak als restaurator?
Simpel gezegd: alles is aan verval onderhevig, alles valt uit elkaar. Als restaurator rem je dat verval af. Stoppen kan niet, dat bestaat niet. Als er bijvoorbeeld verf aan het bladderen is, ga je eerst achterhalen waarom dat gebeurt. Dat kan ouderdom zijn, maar ook iets mechanisch; vochtschade of dat iemand er tegen aan gestoten heeft. Dan zet je eerst de verf weer vast, en daarna zorg je dat het beeld weer compleet is, als dat nodig is. Maar je vult alleen maar aan wat er ontbreekt. Je staat in dienst van de kunstenaar en zal er nooit zelf iets bij verzinnen.
Het lijkt me een heel gespecialiseerd vak, waar je veel kennis voor nodig hebt
Zeker! En het heeft vaak meer te maken met chemie, dan met beeldende kunst.
Hoe ben je in het vak terecht gekomen?
Mijn vader was restaurator en ik ben bij hem begonnen. Daarna ben ik opgeleid in Nederlandse musea: het Mauritshuis en het Kröller-Müller Museum onder andere. Ik ben van de oude garde, want tegenwoordig is het een masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Met een heel strenge selectie trouwens, dus je moet echt mazzel hebben om restaurator te worden. Er zijn allerlei specialisaties; restaurator van papier, leer, meubels, noem maar op.

Wat vind je mooi aan je vak?
Het is heel afwisselend en ik krijg zo veel verschillende werken in handen. Het is mijn grote uitdaging om met een minimale ingreep een maximaal resultaat te bereiken. En het is altijd een compromis, nooit is het voor de eeuwigheid. Want het vervalproces gaat door. Iedere manipulatie aan een schilderij is schade, ook wat ik doe. Daarom moet alles wat een restaurator doet er weer af te halen zijn, zonder schade aan het origineel. Reversibel noemen we dat. Dat is omdat ook onze restauraties weer gaan verouderen en zichtbaar worden. Dus dat moet er dan ook weer vanaf.
Dus je restaureert ook restauraties?
Bij oude schilderijen bijna altijd. Die zijn soms al zes keer gerestaureerd, soms ook toen er nog een andere ethiek over restaureren gold. Want ook restauratie is aan mode onderhevig. Overschilderen zouden we nu niet meer doen, maar er zijn eeuwen geweest waarin ze daar niet moeilijk over deden. En ook technisch gezien kunnen we nu veel meer. Er staat nu een schilderij in mijn atelier en daar heb ik een röntgen- én een infraroodfoto van. Daardoor kon ik goed zien wat de schades waren, maar ook de ondertekening zien. Dat soort informatie hebben we nu.

Wie zijn zoal jouw opdrachtgevers?
Voor zo’n tachtig procent zijn dat musea die geen eigen restaurator hebben. En daarnaast wat particulieren. Ik werk bijvoorbeeld ook voor kastelen, die zijn ook als musea geregistreerd: de Gelderse kastelen, de Utrechtse kastelen; Kasteel Amerongen, Huis Doorn, Kasteel Duivenvoorde, en nog meer. Maar ik werk bijvoorbeeld ook voor het Rotterdamse Chabot Museum. Hun collectie staat nu nog in het centrale depot van de gemeente, aan de Metaalhof in de Alexanderpolder. Dat gaan ze later dit jaar verhuizen naar het Depot van Boijmans, dat recht bij het Chabot Museum voor de deur staat. Voor die verhuizing maak ik conditierapporten, daarin wordt de staat van een werk heel gedetailleerd omschreven. Zulke rapporten maak ik ook voor Museum Boijmans zelf, als ze tentoonstellingen maken. Zo moest ik eens een rapport opstellen van een mobile van metaal met levende zangkanaries. Ik vind het dan heel leuk om uit te zoeken hoe ik dat het beste kan doen. Van een metalen vogelkooi kan ik wel een conditierapport maken, maar voor zangkanaries wordt het moeilijker. Daarvoor weet ik niet genoeg van vogels af. Dus dan ga ik het internet op en de vereniging van zangkanariehouders eens bellen.
Wat voor soort restauraties doe je voor Kunstuitleen Rotterdam?
Het is niet zo dat de collectie van de kunstuitleen een zwaar gerestaureerde collectie is. Maar het is wel zo dat particulieren de werken zelf vervoeren en thuis ophangen. Het kan ook gebeuren dat werken vuil worden, als ze heel lang bij iemand thuis hebben gehangen. Je moet je gordijnen ook eens in de zoveel tijd wassen hè! Er komt ook wel eens een schilderij van de muur af. Of het wordt even tegen de muur aan gezet en het valt om. Er kan van alles misgaan, en dan word ik gebeld.
Wat is een bijzondere restauratie die je voor Kunstuitleen Rotterdam hebt uitgevoerd?
Niet zo lang geleden heb ik een werk van Daan van Golden gedaan. Daar zaten gelige verkleuringen in, doordat het ergens tegen aan had gestaan. Ik vermoed dat het karton is geweest dat niet zuurvrij was, of de achterkant van een ander werk. Als dat een weekje tegen elkaar aan staat, gebeurt er heus niks. Maar als dat veel langer is, kan het schade opleveren.
Ik heb gedeeltelijk het schoon kunnen maken met een oplosmiddel; simpel gezegd een soort zeep. En ik heb het gedeeltelijk geretoucheerd – want er zaten ook al oude restauratiesporen in. Ik zet er dan hele kleine puntjes bij, zo wordt het weer helemaal strak. Ik werd trouwens wel helemaal kierewiet bij het restaureren; als je daar met een loepbril de hele dag bovenop zit, wordt je scheel!


Het klinkt alsof je het best druk hebt!
Mensen vragen me wel eens: wanneer ga je met pensioen? Maar wat zou ik dan moeten doen? Ik vind mijn werk veel te leuk en ik doe het al zo lang. Een deel van mijn sociale leven speelt zich ook af in mijn werk. Ik werk op sommige plekken al meer dan twintig jaar met dezelfde mensen samen, dat is gewoon gezellig. Het blijft me fascineren, iedere keer dient zich weer iets nieuws aan waar ik oprecht nieuwsgierig naar kan zijn. Ik vind niks zo leuk als een telefoontje krijgen van ‘kunt u naar onze schilderijen komen kijken?’.
Lees ook de andere interviews uit deze serie: met de directeur van Kunstuitleen Rotterdam Ellis van den Berg, kunstenaarsduo V&B, CBK-directeur Ove Lucas en onze leners Emil en Lucia.




